Noordbovenpolder

 

Inleiding

 

De Noordbovenpolder is een polder ten oosten van Dordrecht. De polder wordt omsloten door het Wantij. Het Wantij wordt in het zuidoosten door middel van de Ottersluis verbonden met de Nieuwe Merwede. De Noordbovenpolder wordt op dit moment droog gehouden in dagelijkse omstandigheden door een z.g. voorlandkering. Het achterland wordt beschermd door de primaire waterkering. Tussen de primaire waterkering en de voorlandkering is de Noordbovenpolder gelegen.

De gemeente Dordrecht wil samen met de provincie Zuid-Holland een zoetwater-getijdengebied realiseren binnen het programma de Nieuwe Dordtse Biesbosch. Zij heeft de Dienst Landelijk Gebied regio West (DLG-west) van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie opdracht gegeven een inrichtingsvisie te maken. Het project draagt bij aan de verbinding tussen de Sliedrechtse Biesbosch en de Dordtse Biesbosch en zorgt voor een uitbreiding van de ''ecologische hoofdstructuur'. Voor de polder is reeds een inrichtingsschets gemaakt. In een hydromorfologisch onderzoek is de haalbaarheid en een aantal randvoorwaarden van het project getoetst. De hydromofologische ontwikkeling van de Noordbovenpolder na het inlaten van het het getij is met behulp van een numeriek model berekend.

 

In tien jaar moet de Noordbovenpolder omgevormd zijn tot een rijk natuurgebied. Er is een open landschap gewenst met veel oppervlaktewater dat via een drassige vegetatie overgaat in enkele plekken met bosjes. Dit betekent veel verschil in hoogte voor een grote variatie aan typen vegetatie. Voor het voorspellen van de ontwikkeling van vegetatie was nauwe samenwerking met hydrologische kenners noodzakelijk. Voor de ecologische kant is samenwerking gezocht met Bureau Waardenburg. Naast de verwachte ontwikkeling van de vegetatie zijn risico's aangegeven voor het niet halen van de beoogde vegetatie en suggesties gedaan voor de sturing en beheersing van deze risico's.

 

Randvoorwaarden, zoals veiligheid van dijken en stabiliteit van hoogspanningsmasten, kabels en leidingen, zijn samen met de nieuwe kennis over hydromorfologie en vegetatie verweven. Lastige vraagstukken zoals de haalbaarheid van het verkrijgen van de gewenste oppervlakte verdeling zijn aan de orde gekomen voor verschillende tijdschalen.

 

Het doel van de studie was het realiseren van een basis schetsontwerp, dat voldeed aan de eisen, die gesteld werden vanuit de doelstelling zoetwatergetijden natuur, passend binnen de gestelde randvoorwaarden en op basis waarvan DLG het voorlopige ontwerp verder kan uitwerken.

 

 

Conclusie rapport

 

Het onderzoeksrapport heeft een hoog technisch gehalte, daarom beperken we ons tot de belangrijkste conclusies.

De geoptimaliseerde inrichting laat na tien jaar een hoogteverdeling zien, waarin het oppervlakte intergetijdengebied naar 16,6% ten koste van de oppervlakte beneden gemiddeld hoogwater (GHW). Dit is kleiner dan de 20% dat in het programma van eisen werd genoemd.

De hydromorfologische berekeningen op basis van de geoptimaliseerde inrichting laten zien dat er geen erosie optreedt nabij de Gasunie gasleiding aan de westzijde van de polder. De hoogspanningsmasten zijn in deze geoptimaliseerde inrichting geschermd door middel van een dijk en de stroomsnelheden in het westelijke deel van de polder zijn beperkt door het aanbrengen van drie openingen (waar dit er in eerste schetsinrichting twee waren). De bestaande woning aan de oostzijde van de polder is in deze inrichting beschermd door middel van een dijk.

 

Er zijn twee mechanismen die zorgen voor morfologische verandering. Het eerste is herverdeling van sediment dat uit de polder zelf wordt geŽrodeerd (met name in de openingen). Het tweede is aanvoer van sediment vanuit het Wantij. De herverdeling van sediment zal met namen in de eerste tien jaar plaatsvinden. De aanvoer van sediment vanuit het Wantij zal ook in de eerste tien jaar plaatsvinden en daarna doorgaan.

 

In de eerste tien jaar wordt het gebied vooral geschikt voor soorten van het open, ondiep water zoals bittervoorn en meerval en de associatie van doorgroeid fonteinkruid en de associatie van heen, waterweegbree en driekantige bies.

 

Geleidelijk begint riet zich ook te ontwikkelen, maar de snelheid waarmee riet zich ook buiten de ruggen vestigt, is sterk afhankelijk van de sedimentatie. Met de toename van de oppervlakte riet zullen ook soorten als grote karekiet en baardman in het gebied kunnen gaan broeden, terwijl roerdomp en bruine kiekendief in het gebied gaan foerageren. Voor de ijsvogel is het gebied weinig aantrekkelijk als broedgebied. De noordse woelmuis zal bij verder opslibbing van de ruggen een geschikt habitat vinden, maar voor de bever blijft het gebied aanvankelijk minder geschikt.

 

Bij het ontwerp van de gasleiding is geen rekening gehouden met getijdennatuur in de Noordbovenpolder. Alles wat er binnen de belemmerende strook van de gasleiding gaat gebeuren (zoals water boven de leiding e.d. ) wil de Gasunie beoordelen op basis van uiteindelijke geoptimaliseerde plannen.

 

De hoogspanningsmasten moeten altijd voor inspectie bereikbaar blijven en dienen beschermd te worden door middel van een dijk. Tevens dient er vanaf de weg een pad te worden aangelegd in de vorm van een gronddam. Mogelijk moet de fundering van de masten worden verstrekt.

 

Risico's die in een volgende fase van realisatie van de plannen voor getijdennatuur in de Noordbovenpolder de aandacht vragen zijn de volgende:

- ecologie (bovenmatige wilgopslag, vraat door ganzen)

- sedimentatie (onzekerheden sedimentaanvoer vanuit het Wantij)

- grondverzet (onzekerheden in oorsprong van grond en daardoor transportkosten)

- gasleiding (beoordeling geoptimaliseerde inrichting door Gasunie)

- hoogspanningsmasten (beoordeling geoptimaliseerde inrichting door TennneT).

 

De totale investeringskosten bedragen 3,2 miljoen euro incl. btw met een spreiding van 1,1 miljoen euro.

De uitvoering van het project zal in verband met de huidige bezuinigingen nog wel enige tijd op zich laten wachten.